De
distributieketting wordt ook wel eens morseketting of eind(schakel)loze
ketting genoemd. De ketting heeft als het ware geen eind en
geen begin. Van de fabriek af zijn er 78 schakels tot een
beweegbare, soepele ketting gesmeed. Een normale ketting die
bijvoorbeeld op de fiets wordt gebruikt, bestaat uit twee
binnen- en twee buitenschalmen die door stiftjes met tussenbusjes
aan elkaar worden gezet. De schalmen zijn de plaatjes waar
de kettingschakels uit opgebouwd zijn. Bij een distributieketting
worden de krachten zo hoog, dat er gekozen wordt voor een
type ketting waarbij er veel meer schalmen worden gebruikt
en geen tussenbusjes. Net zoals bij de fietsketting worden
hier wel twee buitenschalmen gebruikt, maar het aantal binnenschalmen
ligt veel hoger. De ene schakel bestaat uit 6 binnenschalmen,
de andere schakel uit 5. Deze schakels worden om en om geplaatst
en daarom wordt deze plaatsing 6 om 5 genoemd. De schakel
met 5 binnenschalmen heeft bovendien twee buitenschalmen (één
boven en één onder) en heeft dus in totaal 7
schalmen. Deze twee buitenschalmen hebben een bijzonder doel.
Normaal gesproken vallen de tanden door de ketting heen. Kijk
maar naar de fietsketting. Dit kan bij een distributieketting
niet, omdat er op deze plaats de 6 om 5 binnenschalmen gemonteerd
zijn. Dus de 6 om 5 schalmen hebben aan de binnenzijde van
de ketting de vorm als één tand van een tandwiel
gekregen. De twee buitenste schalmen vallen dus wel over de
buitenzijde van het tandwiel en dit zorgt ervoor dat de ketting
op zijn plaats blijft zitten en dus niet van het tandwiel
af gaat lopen. Dit soort kettingen vind je ook terug in heftrucks,
versnellingsbakaandrijvingen, krukasoverbrenging van een Audi,
krukasoverbrenging van een Honda CB750 en ga zo nog maar even
door. Het is dus echt een ketting die het zware werk moet
doen.

Ketting
in het blok over het nokkenastandwiel.
Tevens is een deel van de spanner te zien.
De
ketting wordt dus gebruikt in een GL/CX-blok om de nokkenas
aan te drijven. Dit gebeurt door een meegegoten tandwiel op
de krukas. Deze drijft dus de ketting aan. De ketting loopt
dan naar het nokkenastandwiel en drijft dus hiermee de nokkenas
en waterpomp aan. Het geheel wordt door twee spanners op zijn
plaats gehouden en vangt bijvoorbeeld alle klappen op van
het terugschakelen en stationaire toerental. Tussen het tandwiel
van de krukas en het tandwiel van de nokkenas zit een verschil
van 2 staat tot 1. Dit betekent dat als de krukas 10.000 toeren
draait (dat haalt die motorfiets van mij wel) de nokkenas
maar 5.000 toeren per minuut draait. Hierdoor ontstaat er
dus een moment dat de nokkenas een keer zo langzaam draait
en dat er zelfs een moment komt dat de nokkenas nog maar 180
graden heeft gedraaid en de krukas al 360 graden. Dus om het
even snel te zeggen: de zuiger is bij een volle draaiing van
de nokkenas al 2x boven geweest. Op een van deze momenten
is het dus het moment om de kleppen te stellen. Ik kom daar
in een ander verhaal nog wel een keer op terug.
Kettingspanners
Er zijn twee type kettingspanners. Eigenlijk zijn er drie
types, maar Honda heeft gezien dat het eerste type toch wel
wat te veel problemen gaf. Honda heeft destijds ook bij veel
CX-en kosteloos nieuwe spanners erin gezet, omdat deze binnen
20.000 kilometer kapot gingen. Bij de twee types die er op
dit moment zijn, zit het grote verschil erin of het een automaat
of een handgestelde kettingspanner is. Bij beide gevallen
gaan ze kapot of moeten ze na verloop van tijd worden vervangen.
Bij een GL is dat ongeveer rond de 65.000 kilometer. Ik heb
geen goede getallen voor een CX, maar als ik een gemiddeld
CX-blok opentrek zie ik vaak de sporen van een versleten ketting
uit het verleden. Dus kijk niet gek op als er complete bouten
en aluminiumdelen zijn weg gefreesd door de distributieketting.
Maak je er ook niet druk om, het kan in principe geen kwaad.
Ik heb dan ook nog nooit gezien dat een ketting was gebroken.
Wel dat deze extreem was uitgesleten. Maar als je nu een nieuwe
en een oude ketting naast elkaar legt, zie je geen lengte
verschil. Maar aan de binnenkant is bij het versleten type
veel ruimte ontstaan.

Oude
en nieuwe ketting naast elkaar. Geen lengteverschil. Zwart
is oud en grijs is nieuw.
Waar
zit dan toch het verschil? Ik heb in een eerder deel van het
verhaal aangegeven, dat de ketting als het ware aan de binnenkant
wordt gebruikt. Hier ontstaat dan ook de slijtage. De ketting
wordt aan de binnenkant eigenlijk steeds ruimer gemaakt en
gaat hierdoor overmatige speling vertonen. Dit kan men opvangen
door de spanners af en toe te stellen. Bij een automaatspanner
is het voldoende om iets te ruig terug te schakelen en de
koppeling iets te hard los te laten. Dit hoef je alleen maar
te doen als je twijfels hebt of de automatische kettingspanner
nog wel zijn werk doet. Hierdoor moet het een en ander zo
snel versnellen in het blok dat de ketting even opgeschrikt
wordt en zijn ruimte aan de juiste kant vrij geeft, waardoor
de kettingspanner zijn werk kan doen.


Inspectiedop
achter op het blok plus stelbout.
Afbeelding is dus van een handgestelde distributieketting.
Ik
hoor u al denken: welke kettingspanner heb ik dan? Achter
op het blok onder de carburateurs zit een grote dop van ongeveer
3 cm doorsnee. Rechts daarvan steekt er een klein boutje uit
het blok. Let wel, dit zie je alleen als je op je knieën
aan de rechterkant van de motor gaat zitten. Zie je helemaal
niets, maar wel die grote inspectiedop om je motor op tijd
te kunnen zetten, dan heb een automatische spanner. Er is
een type waarvan ik vrijwel zeker weet dat het altijd om een
handgestelde spanner gaat. Dit is het type CX500 dat nog een
kelkje van de carterontluchting heeft zitten. Hieraan kan
men zien dat men met een van de eerste types te maken heeft.
Bij een later type is hiervoor een gewone, vlakke inspectiedop
gekomen. Maar sommige GL650's hebben hier toch weer een carterontluchting
op zitten. Om olieverbruik tegen te gaan is het raadzaam om
deze kelk bij de GL650 weg te halen en ook weer een vlakke
dop te monteren. Bij de laatste modellen van een GL650 en
CX650 heeft Honda dit ook weer toe gepast. Want Honda heeft
namelijk op deze modellen tweemaal een carterontluchting toegepast,
terwijl eentje al voldoende was.
Stellen
en op tijd zetten
Nu komt er toch eens een moment om de distributieketting te
stellen of te controleren of het zaakje nog goed werkt. Ik
houd het kort. Ga als volgt te werk. En bekijk ook nog eens
de tekening om inzicht te krijgen in waar je mee bezig bent.

Schema van de ketting en afstel-/montagetijdstippen.
Als
je het schema van de kettingspanner bekijkt, kijk je met de
rijrichting mee. Het blok draait dus tegen de klok in. Onthoud
dit, want dat is van belang. Je moet de linkerzijde van de
ketting strak trekken.
Daar gaat-ie dan. Draai onder de radiator met sleutel 17 de
inspectiedop los. Draai de bougies uit het blok. Zet een T-sleutel
op de krukas daar waar je net onder de radiator de inspectiedop
had los genomen. Achter op het blok draai je ook de andere
inspectiedop los. Nu kun je het boutje rechtsachter op het
blok een paar slagen los draaien en hierdoor haal je de borging
van de distributieketting los. Draai dan de T-sleutel tegen
de richting van de klok in totdat je een verhoogde weerstand
voelt. Dit is het moment dat je een klepveer probeert in te
drukken en dat kost kracht. Dat betekent ook dat er op de
ketting aan de trekkende zijde kracht komt te staan, waardoor
je de ketting aan de andere kant vrij geeft. Dit is dus ook
het moment waarop het veertje van de kettingspanner zijn werk
zal gaan doen. Ja, en dan kun je het boutje achter op het
blok gewoon weer vast zetten. Let wel: een kwart slag voor
dat deze breekt, moet je stoppen met het vastdraaien van dit
boutje. Het geheel bestaat uit M6 schroefdraad dat maar 1,2
cm het blok wordt ingedraaid. Dus het kan kapot. Eigenlijk
wil ik zeggen dat je het gewoon met beleid moet doen.
Dan komt het moment dat je de motor weer eens wil starten.
Nu zijn er twee kansen: van het geluk of ongeluk. Goed of
fout, er is geen tussenweg. Gelukkig is het zo dat áls
het fout gaat, je van ellende het blok weer uitzet. Gelukkig
hoef ik ook niet te beschrijven hoe het klinkt als het fout
gaat. Je weet het meteen. Schrik niet. Het blok gaat er niet
van kapot, maar goed is het ook niet. Als het niet is goed
gegaan, lees dan dit stuk nog een keer en realiseer je waar
je mee bezig bent. Denk stap voor stap en dan komt het vanzelf
goed.
Echter,
in die gevallen waarbij alles op zijn eind is, valt er dus
niks meer te stellen en dan moet het blok er onderuit. Dit
zijn vaak ook de gevallen die je van heinde en verre aan hoort
komen, omdat ze er nooit wat aan hebben gedaan. De herrie
is niet te plaatsen in het blok. Het lijkt of er een hamer
eigenlijk overal staat te tikken in het blok. Bij ongeveer
6.000 toeren lijkt het probleem aardig weg te gaan, maar stationair
is het toch echt hopeloos. Dan zal in veel gevallen de kettingspanner
breken. Dit geeft alleen maar rommel in het blok. Ik heb al
bij velen de kettingspanner in meerdere stukken verwijderd
of soms alleen in het oliefilter teruggevonden. Dit is dus
ook het moment om hem te gaan vervangen. Dan zal je toch het
hele blok moeten demonteren. Voorover leggen op de werkbank
en het achterdeksel lichten. Dan moet je het vliegwiel weghalen
en dit levert nog wel eens problemen op. Hiervoor moet je
een sleutel hebben, die in het vliegwiel gedraaid kan worden.
Soms zijn er passende bouten te vinden in de vorm van een
Scania of Daf wielbout of een hydrokoppeling. Dan dien je
het geheel onder druk te zetten en er een ferme klap op te
geven. Nu komt het vliegwiel los. Dan kun je bij de kettingspanner
komen. Demonteer alles. Het is raadzaam om van te voren het
geheel volgens schema eerst op tijd te zetten. Dit kan tijd
besparen als je alles weer in elkaar zet. Heb je de ketting
en onderdelen nieuw in huis, dan kun je gelijk tot montage
overgaan. Belangrijk is wel dat je het als een hele nieuwe
set monteert. Als je denkt dat de ketting nog wel een tijd
mee gaat, dan heb je gelijk, want deze zal niet breken of
barsten. Maar dan maak je voor die 90 euro besparing een hele
grote fout. Altijd, maar dan ook altijd, moet je de ketting
vervangen omdat je de slijtage aan de binnenkant van de ketting
niet kunt meten of zien. Degenen die er de tijd voor hebben,
moeten tijdens de montage oud met nieuw maar eens verwisselen
en dan kan je zien hoeveel het scheelt. Dus altijd een complete
nieuwe set monteren. Deze set kost ongeveer 45 euro voor de
spanner, 28 euro voor de geleider en ongeveer 90 euro voor
een goede imitatie kettingspanner. Dan komt er uiteraard nog
een achterdekselpakking bij van ongeveer 24 euro en nog wat
klein materiaal. Let wel, de prijzen zijn van 2005 en er kunnen
dus verschillen in zitten. Een beetje motorzaak is hier algauw
10 uur mee bezig als alles mee zit. De uitlaat is hierbij
het grootste probleem, want als deze niet los wil, gaan de
kosten extreem omhoog.
Om
het geheel op tijd te zetten, moet je eerst het schema goed
door nemen. Pak een liniaal en overtuig je ervan dat na montage
alle meetpunten overeenkomen zoals op het schema is aangegeven.
Kijk ook naar de spie op de krukas. Van hieruit gemeten tussen
de 2e en 3e tand omhoog kom je met de liniaal precies op de
nokkenas. Ik begrijp dat het voor de lezer abracadabra is,
maar als je ermee bezig bent, wordt het je wel duidelijk.
Ik ga er dan ook van uit dat als je er aan wil sleutelen,
je voldoende sleutelervaring hebt om dit probleem op te lossen.
Ik
hoop dat ik met dit verhaal een klein beetje heb uitgelegd
hoe het werkt. Mocht het niet helemaal duidelijk zijn, dan
hoop ik dat dit verhaal een aanvulling zal zijn op de bestaande
sleutelboeken en als je er echt niet meer uitkomt, dan kun
je altijd nog contact met mij opnemen.