|

Knipperlichten
achter CX/GL
Naar
aanleiding van een probleem dat ik zelf had met de Silverwing
ben ik dit verhaal gaan schrijven. Het is de bedoeling dat
je na het lezen van dit stuk beter begrijpt hoe je je motorfiets
kunt onderhouden en zelf tot reparatie over kunt gaan. Ik
heb het verhaal in twee delen geschreven: Deel 1 (dit stuk)
is een algehele uitleg over de werking van je knipperlichten
en een stukje schema lezen. Deel twee verschijnt in een volgend
nummer en gaat over hoe je het knipperlichtsysteem kunt verbeteren
en zelfs uitbreiden.
Deze
uitleg over knipperlichten is van toepassing op de meeste
CX- en GL-motorfietsen van Honda, uitzonderingen of aparte
types daar gelaten. Honda heeft een knipperlichtinstallatie
gebruikt die op alle standaard CX- en GL-modellen tamelijk
gelijk is. Zelfs de draadkleuren komen redelijk overeen. Echter,
sommige modellen (de GL’s) hebben extra verlichting
in de knipperlichtunit op de kuip. Deze extra draad kan wit
uitgevoerd zijn. De andere kleuren zijn oranje en lichtblauw.
Soms zijn er extra draden gebruikt met de kleurencombinaties
lichtblauw met witte streep en oranje met witte streep. Over
het algemeen zijn de bedradingsschema's van beide types (CX/GL)
gelijk. Achter op de motorfiets zijn soms ook zwarte draden
gebruikt naar de achterknipperlichten. Bij enkele custom CX/GL-modellen
zijn ook zwarte draden gebruikt voor de knipperlichten voor.
Dus pas op.
Schema
GL-types

Bedradingsschema
1982 CX500 Custom & 1981-1982 GL500
Ik
zal proberen via de schema’s en foto’s van beide
types (de types CX en GL) uit te leggen hoe het systeem werkt.
Dat kan omdat de werking hetzelfde is en de schema's redelijk
overeenkomen. Laten we beginnen bij het begin. In den beginne
moest iedereen zijn of haar pootje uitsteken naar de richting
die men op wilde. Dit mag nog steeds en naar mijn weten is
het nog steeds toegestaan dat er geen richtingaanwijzers op
een motorfiets zitten. Maar wij hebben juist een CX of GL
gekozen, omdat de motorfiets iets extra's (een gadget, namelijk
de knipperlichten) heeft, waardoor we veiliger motorrijden.
Het motto is nog steeds: laat je zien. Dus er zitten lamphouders
op de motorfiets, die geven oranje licht. Ze moeten ergens
tussen de 60 en 120 keer per minuut knipperen. Deze frequentie
trekt de meeste aandacht, niet te langzaam en niet te snel
om goed gezien te kunnen worden. Dit is voorgeschreven door
internationale Europese afspraken. Aan de voorkant moet de
lamp wit of geelbruin zijn en achter rood of geelbruin. Kijk
maar eens naar de grote vervoersbussen van Connexxion of andere
vervoersbussen, die hebben heel vaak rode knipperlichten achterop.
Hoe
werkt het globaal gezien?
De lampjes die wij gebruiken zijn terug te vinden in de auto-onderdelenwereld.
Dus ze zijn gewoon vervangbaar door de bekende autolampjes
die je bij ieder benzinestation kunt kopen. Ikzelf koop graag
een doosje van 10 stuks. Dit is veel goedkoper dan twee stuks
in blisterverpakking bij de benzinepomp. 6 tot 8 euro voor
twee lampjes is heel normaal. Loop eens een Brezanfiliaal
binnen en vraag wat een doosje van 10 stuks moet kosten. De
kans is groot dat je die 10 stuks voor nog geen 16 euro mee
krijgt. En zo heb je ze ook altijd op voorraad.

Lampje
met doosje
De
lampjes branden in grondbeginsel constant als ze ingeschakeld
worden. Waardoor knipperen ze dan? Het is zeker niet de duim
die de schakelaar blijft bewegen. Hiervoor is een knipperautomaat
bedacht. Maar wat is nu een knipperautomaat? Dat is een hulpmiddel
dat ervoor zorgt dat als jij de schakelaar op aan zet, de
lampjes aan- en uitschakelen zonder dat je het knopje hoeft
te bewegen. De knipperautomaat schakelt de boel steeds weer
uit. Het onderbreekt als het ware later in het schema de stroomkring.
Maar omdat wij de schakelaar op aan hebben staan, gaat de
zaak vanzelf knipperen. In de knipperautomaat zit op de een
of andere manier een timer (klokje) dat met een frequentie
van ergens tussen de 60 en 120 keer per minuut schakelt. Normaal
gesproken schakelt deze gewoon en doet voor jou het werk.
Toch zijn er tijden waarbij dat ineens niet meer werkt. Dan
is het leuk om te weten wat er aan scheelt. Vaak is het lampje
kapot, maar soms zijn er andere duistere zaken aan de hand.
Wat
scheelt er aan?
Waneer kan er een lampje kapot zijn? Als deze niet meer brandt.
Ja, natuurlijk, dat zal het dan wel zijn. Maar nu blijkt dat
ook het andere lampje niet meer knippert, want je hebt er
twee (voor en achter). Hoe kan dat dan nu weer. Nou, vervang
het kapotte (niet-brandende) lampje en je ziet dat het geheel
weer werkt. Maar bij sommige mensen blijkt het systeem dan
toch nog niet te werken. Terwijl je er wel een nieuw lampje
in hebt gedaan. Soms blijven ze nu zelfs voor en achter branden.
Als dat het geval is, dan heb je er te zwakke lampjes in zitten.
Voor en achter dienen 21 watt per stuk te zijn. Het vermogen
wordt in watt (P=UxI) uitgedrukt. Verkrijgbaar zijn 5/10/18/21
watt. Bij sommige types kan het een duplolamp zijn, die twee
gloeidraden heeft. Als deze op de verkeerde manier gemonteerd
wordt, krijg je hetzelfde probleem dat de lampjes blijven
branden. Want dan zit de gloeidraad met het laagste verbruik
verkeerd en zal het geheel weer niet werken.
Het is wenselijk om altijd beide lampjes voor en achter tegelijk
te vervangen. Dan zit er ook weer het juiste verbruik/wattage
in. Als lampjes ouder worden gaat het verbruik omlaag en soms
de lichtopbrengst omhoog. Dit komt omdat de gloeidraad dunner
wordt en op doorbranden staat.

Lampjes
op het doosje en zie vooral het verschil op het lampvoetje;
er zit een verschil in de aansluiting.
De één heeft één dotje en de andere
heeft twee dotjes.
Die met twee dotje rechts is het duplotype met twee gloeidraden.
Maar
hoe komt het nu, dat het niet meer naar behoren werkt? Als
er slechte massa of een lage accuspanning is en/of er verkeerde
lampjes gebruikt worden, dan zal de stroom (stroom wordt weergegeven
in ampère en het symbool is de letter I) die nodig
is te laag zijn. Het hele knipperlichtrelais werkt op stroom.
In het knipperrelais zit een spoeltje en een condensator.
Maar ook een weerstand. Deze onderdelen reageren op hoge stromen.
Hierdoor kan het knipperrelais zijn werk gaan doen. Als er
verkeerde lampjes gemonteerd zijn, zal het niet knipperen
of juist heel snel gaan knipperen. De lage afgenomen stroom
kan dan als het ware niet genoeg werkbare spanning generen
in het knipperrelais. Sommige knipperrelais werken op Bi-metaal.
Dat moet heet worden en daar is ook een hoge stroom als afname
nodig. Dit principe is oud en wordt niet meer gebruikt in
onze Honda's. Het principe is nu een spoeltje dat bij genoeg
stroomverbruik een magneetveld opwekt, dat dan weer het schakelcontact
overhaalt. Het systeem wordt geremd door een condensator en
weerstanden en dat weer in combinatie met het spoeltje. Dit
zorgt ervoor dat het gemiddeld 60 keer per minuut geschakeld
wordt.
Lui
relais
Wat ook vaak voorkomt is dat door ouderdom het systeem niet
meer naar behoren wil knipperen. De motor staat in de schuur
en je doet het contact aan. Gelijk schakel je de knipperlichten
aan. En wat blijkt: het geheel gaat branden maar niet knipperen.
Nu start je de motor en het geheel gaat nu wel knipperen.
Bij draaiende motor is de accuspanning lekker hoog. Hierdoor
zijn de stromen ook veel hoger en kan het knipperrelais zijn
werk wel weer doen. Naarmate de motorfiets ouder wordt, zal
dit steeds moeilijker gaan. Op een gegeven moment zal onder
het rijden de duim zelf weer haar werk moeten gaan doen. Het
knipperrelais is lui geworden en wil nu zelfs niet meer werken
tijdens het motorrijden.
Oké, je lampen doen het. De spanning is ook prima.
En er is een goede massa, ja, dan weet ik nu al wel dat het
knipperrelais kapot is. Haal dat uit elkaar en dan vind je
het schakelcontact. Verander je nu de ruimte tussen de contacten
iets, dan gaat het geheel wel weer knipperen. Let wel, vaak
knippert het dan te snel, maar je hebt in ieder geval wat
knipperen. Het is een lapmiddel, maar een poging waard.
Voor een definitieve oplossing ga je naar een motorfietszaak
en vraag je naar een goed imitatierelais. Zet deze erop en
alles werkt weer naar behoren.
Maar
hoe werkt het schema dan?
Ik zal proberen dit globaal uit te leggen, zodat iedereen
er wat van kan begrijpen. Even wat extra informatie: het kan
zijn dat je in schema’s een andere term ziet staan voor
knipperrelais. Dat is dan één van de Engelse
termen winker relay, blink relay, indicator relay. Dus dan
weet je de Engelse termen ook gelijk.
Nu een klein beetje elektrotechniek. Als we een lamp willen
laten branden, dient deze tussen de + en – aangesloten
te zijn. We kunnen die schakelen door een schakelaar. Deze
zetten we vaak tussen de + en het lampje. Hierdoor wordt de
stroomkring onderbroken en gaat de lamp weer uit. Dus we werken
altijd in ons verhaal van plus naar min. Hiertussen bevindt
zich het hele verhaal. Later zal ik daar nog een basisschema
van laten zien. Als je nu goed oplet, blijkt het zo te zijn
dat de schakelaar niet altijd aan het begin zit. Zolang hij
maar in serie is geplaatst met de lamp gaat het vanzelf wel
werken.
We beginnen bij de accu. Volg je draad naar de hoofdzekering
of startrelais. Dit is vaak de rode dikke draad. Zo ver ik
het heb kunnen zien is dit voor alle types hetzelfde. Dan
gaan we via de rode draad naar het contactslot (ignition switch).
Als je een schema pakt zoals die in de meeste boeken staat,
zie je dat hier altijd een blokvorm is getekend. In dit blokje
vind je zwarte lijnen. Dit zijn symbolen die aangeven naar
welke uitgang er geschakeld wordt. Bij het contactslot staan
de volgende thermen: P stand, on stand, enz enz…. Ik
heb het hier over de On-stand, die is als enige van belang
voor ons verhaal. Bij On (contactslot) gaat de rode draad
door naar Bk (black-zwart). De Bk-draad gaat naar de zekeringkast
op het stuur (alleen bij de Silverwingmodellen en alle CX500/650
E sport-modellen). Daar gaat hij naar alle zekeringen en dan
komen we op de tweede van rechts in de zekeringkast op het
stuur, daar wordt de kleur op de draad Wg (white green).
Nu komt het, de draad gaat van de zekering direct naar het
knipperrelais. Ja, je leest het goed, hij gaat naar het knipperrelais.
Ja, zul je zeggen, hoe zitten de lampen er dan op? Klopt,
de schakelaar vertelt welke lampen er aangestuurd worden.
Door dit trucje heb je dus maar één knipperrelais
nodig. Anders hadden we er twee nodig. Eentje voor links en
eentje voor rechts. Zie het schema dat ik er bij heb gedaan.
Vanuit het knipperrelais gaan we met de grijze draad naar
de schakelaar op het stuur. In deze schakelaar wordt de keuze
gemaakt voor rechts of links, dus ook de kleur draad wordt
hier dan gekozen. Voor rechts is dat lichtblauw en voor links
is dat oranje. Let wel, dit is van toepassing op de meeste
GL- en CX-modellen. Nu zijn we dus bij de draden aan gekomen
die naar de knipperlichten gaan (nog even op herhaling: rechts
is lichtblauw en links is oranje). Dit is volgens mij bij
alle modellen gelijk. Het kan mogelijk zijn dat er nog draden
oranje en lichtblauw met een witte streep zijn te vinden,
die geven de spanning door aan alle extra lampjes en/of verlichting.
Maar de hoofdkleur komt wel overeen met de richting die daarvoor
staat.
Zo, nu zijn we bij de lampjes. De lampjes moeten nog wel massa
maken. Hiervoor heeft Honda overwegend de groene kleur gebruikt.
Groen is massa. En het kan dus ook geen kwaad als je besluit
om de massa te verbeteren door achter onder het zadel de groene
draad extra aan het frame te zetten en/of de koplampunit goed
te verbinden met massa. Ook groen is bij alle types gelijk.
Dan moet ik nu nog even het verhaal van de CX neerzetten,
maar dat komt in grote lijnen overeen met die van een Silverwing.
Het grote verschil zit hem erin dat de CX geen overduidelijke
zekeringenkast heeft. Er zijn er her en der een paar geplaatst
en daar moeten we het mee doen. Even kijken, waar gaan we
het oppakken. De rode draad gaat naar het contactslot en vandaar
gaan we gelijk door naar het knipperlichtrelais. Het is de
kleur Bk (black- zwart dus) die over is gegaan van rood via
het contactslot naar Bk (black). Vanaf het knipperlichtrelais
gaan we door met de Gr (grey- grijze) draad naar de schakelaar
op het stuur. En natuurlijk gaan we dan van de richtingaanwijzerschakelaar
naar de kleuren oranje of lichtblauw toe. Ik heb wel gezien
dat er types zijn die overgaan op zwart. Dan worden de knipperlichten
voorop bij de koplamp door zwarte draden gevoed en kunnen
ze uit een stekkertje komen met een andere kleur. Soms is
er een ringetje om de zwarte draad gedaan om aan te geven
of deze oranje is of blauw.
Storing
zoeken algemeen
In de regel kun je aanhouden dat als de koplamp eraf is, je
meteen moet meten op de draden oranje en lichtblauw. Meet
je dan nog niks, dan moet je echt schema gaan lezen.
De slimmeriken onder ons zullen natuurlijk nu gaan zeggen
dat ik twee lampjes vergeten ben. En ja, dat klopt. Dat zijn
de indicatielampjes op het dashboard. Ze maken gebruik van
dezelfde kleurencombinatie en zijn ook verbonden met de groene
massadraad.
Oplettenden onder ons zullen nu zeggen dat het knipperlichtrelais
twee aansluitingen heeft, maar dat er bij sommige modellen
drie draden zitten. Waarom is dat dan? Ik ben even aan het
zoeken geweest en ik heb het gevonden. Het blijkt een groene
massadraad te zijn. Er zijn knipperlichtrelais in omloop die
een massa nodig hebben. Vaak wordt inwendig het relais zelf
op een andere manier bediend. Dit zit vooral op de US 1983
CX650 C modellen zo. Hier kun je ook terugvinden dat er met
de kleur Wg is gewerkt en dat staat voor white green. Dus
het klopt als je een andere kleur aantreft.
Als je mazzel hebt kun je de volgende volgorde aanhouden met
meten, te beginnen bij rood vanaf de accu:
R-red-rode
draad
Bk-black-zwarte draad
Wg-white green-witte draad met groene streep
(de draad heeft dus 2 kleuren)
Gr-grey-grijze draad
Lb-light blue-lichtblauwe draad naar knipperlicht
O-orange-oranje draad naar knipperlicht
G-green-groene massadraad

Dan
heb ik nog CX'en en GL’s gevonden met een extra optie.
Dit zijn in de regel de US-modellen. De extra optie bestaat
uit het volgende: Continuverlichting in de knipperlichten
voorop. Als de stand op nul staat, geeft de schakelaar de
spanning door direct van de Br/w draad (Brown/White oftewel
bruinwitte draad). Dus de draad krijgt meteen spanning als
het contact op on/aan staat Als je nu voor een richting kiest,
gaat aan die kant de spanning voor die draad eraf en gaat
de zwaardere richtingaanwijzerlamp branden. Let wel, ik heb
het hierbij over duplolampen en dat zijn lampen met twee gloeidraden.
Aan de andere kant blijft het zwakke lampje branden. Bij sommige
Silverwings is deze draad in de kuip doorgezet in een witte
draad. En omdat deze opstelling verboden is in Nederland,
zijn deze draden vaak doorgeknipt en is er een kroonsteentje
opgezet. Ik zeg niet dat dit bij alle types zo is, maar het
loont de moeite om even te kijken. Mocht het zo zijn dat de
draden er niet zitten, maar er is wel een duplofitting gemonteerd,
dan kan je altijd nog de overgebleven draad aansluiten op
de continuspanningsdraad na het contactslot. Dan blijven de
lampjes wel branden, maar zal de zwaardere gloeidraad gaan
overheersen en is het resultaat bijna hetzelfde. De draad
die je kunt gebruiken is in veel gevallen de Bk draad (zwart),
maar het is aan te bevelen om even te meten of deze spanningsloos
wordt als het contact eraf gaat.
Ik
hoop hiermee het lezen van schema's iets duidelijker te hebben
gemaakt en hoop dat ook de leek er nu iets beter zicht op
krijgt. Mocht je problemen hebben met je fiets, probeer het
geheel aan de hand van dit verhaal toch eens door te lopen
en wie weet gaat er een wereld voor je open. Mochten er nog
op- of aanmerkingen/vragen zijn, schroom niet en neem gewoon
contact met mij op (0321-312336 of marcobecker@zonnet.nl).
Oh ja, meten is weten en als je dit hele verhaal goed begrijpt,
schaf dan een multimeter aan en ga gewoon eens meten. Zet
de meter op gelijkspanning en een waarde die groter is dan
15 volt. Deze meters zijn al heel goedkoop verkrijgbaar. Dus
wie weet een leuk verjaardagscadeautje?
|