|
In
deel 1 van zijn verhaal over knipperlichten ging Marco in
op het elektrische schema van de motorfiets. In dit deel geeft
hij meer informatie over relais en het installeren van alarmlichten.
Ik
ben het een en ander uit gaan zoeken om te kijken of er simpel
een alarmlicht op de motorfiets gebouwd kon worden. Tevens
hoopte ik een antwoord te krijgen op de vraag of er nieuwe
knipperrelais zijn die beter werken dan het oude systeem.
Het is mij gelukt om dat voor elkaar te krijgen. Ik ga er
wel van uit dat je deel 1 al gelezen hebt in het vorige nummer
van Silverwingnieuws en op onze site. Ook geef ik in dit verhaal
een oplossing voor het te snel of te langzaam knipperen. Plus
een bonus voor de echte hobbyist. Lees snel verder!
Knipperlichtproblemen:
te snel of te langzaam knipperen, hier de oplossing
Het oude aluminiumpotje eruit en een nieuw relais erin. Dat
is heel in het kort de oplossing. Het relais dat je moet gebruiken,
komt uit de autowereld en het gaat daarbij om een Helle knipperlichtautomaat.
Dit zijn relais met een elektrische regelprint erin. Je hebt
ze met 2 en 3 aansluitingen. Kies voor de driepootaansluiting.
Waar ik mijn verhaal op gebaseerd heb, is het relais midden
boven in de foto, maar de andere kunnen ook prima werken.

Op
het relais staat het volgende opschrift:
Type: Hella GM
TBB53
2(4)x21W+0...5W12V
Made in Spain.
Dit
type werd in 1982 al gebruikt in de Golf (en andere auto's
gerelateerd aan de VW-groep). Je kunt ze ook in andere automerken
tegenkomen, zoals Ford en enkele Japanse merken. Dus ga naar
de sloop, ruk een paar relais uit de relaiskast en kijk of
je iets kan vinden met deze coderingen. Ze zijn ook te koop
bij de betere autozaak en dan moeten ze ongeveer 15 euro kosten.
Lukt dat ook niet, ga dan naar de VW-dealer. Maar uit ervaring
weet ik dat ze in de meeste auto's gebruikt worden. Houd er
rekening mee dat de Fransen net even anders werken. Dus laat
de Franse auto's maar even staan.
Waarom
dit relais?
Voordeel van dit relais is dat het altijd op tijd knippert.
Voor de GL/CX-rijders met aanhanger is het zelfs een must,
omdat dit relais voldoende vermogen heeft. Dus meerdere lampen
erop aansluiten is geen probleem. Mocht het zo zijn dat er
één lampje kapot gaat op de GL/CX, geen probleem,
het blijft werken. Toch wel lekker. Er zit een klein printje
in die het perfect afregelt. Dus eindelijk eens goede elektronica,
die zonder mokken of morren zijn werk naar behoren doet. Het
zijn robuuste relais.
Maar hoe sluiten we dat dan aan? In deel 1 heb ik schema's
en uitleg gegeven over kleurcodes en het schema zelf. Neem
dit nog eens door en kijk bij je motorfiets bij het aluminium
relaispotje. Dus pak er een stoel bij en ga er eens rustig
naar kijken. Bij de GL zit die onder het linkerkapje bijna
tegen het spatbord van het achterwiel. Bij de CX zit deze
in de koplamp. Er zijn een paar modellen waar het weer anders
zit, dan moet je maar even zoeken. Nu weet je in ieder geval
waar je moet zoeken als je verder gaat lezen.
Let op: Voor de CX worden de draden BK=zwart gebruikt. Zwart
komt van een zekering af en is dus de plus. Gr=grijs en gaat
naar de schakelaar. Bij de schakelaar wordt pas bepaald welke
lampen gaan branden. Dus we werken van de plus naar het knipperrelais
en dan naar de schakelaar. Van de schakelaar naar de lampjes.
Nu komt het: we hebben in sommige modellen maar twee draden
zitten. In de meeste modellen zitten er drie, maar zijn er
altijd maar twee aangesloten. Als jij nou net dat type met
twee draden hebt, geen nood, ga dan op zoek naar een groene
draad. Groen is massa, dus je mag hem ook aan het frame hangen.
Maak een klein draadje aan het frame vast of een massapunt
op de accu. Het kan trouwens geen kwaad om extra massapunten
aan frame en motorblok te maken, maar probeer dan één
extra dikke kabel van de accu naar een nieuw massapunt te
brengen.
Op het knipperrelais staan aansluitnummers. Volgens mij zijn
dit nummers die bekend zijn in de auto-industrie. Als ik nummer
31 zeg, dan is dat massa. Dit valt volgens mij onder de algehele
coderingsnormeringen en is dus bij veel autoschema's gelijk.
Kijk goed naar de nummers op het relais en hoe deze aan gesloten
dient te worden op jouw fiets.
31 is groen (g): deze draad moet je in sommige gevallen zelf
aanleggen.
49 is zwart (bk): komt van de zekering af.
49A is grijs (gr): draad naar de schakelaar.
Dan zou het moeten werken. Werkt het niet, plug dan het een
en ander eens om. Echt fout kan het niet gaan. Of de zekering
vliegt om je oren of het printje brandt uit. Maar dat laatste
komt bijna niet voor, omdat deze printjes bij de latere modellen
kortsluitingsproof zijn.

Van nieuw naar oud, open gewerkte knipperrelais.
De middelste is het meest gebruikte type en komt op
zeer veel Hondamodellen voor.
Links is het type dat we gaan gebruiken.
Voor
de CX650/500 E en GL modellen is een iets andere kleur draad
gebruikt. Dus pak voor dat type het schema erbij.
31 is groen (g): massa die standaard op jouw fiets zit.
49 is wit groen (wg): dit is dus een draad van de zekeringkast
op het stuur.
49A grijs (g): draad naar de schakelaar.
Dus voor de nieuwe types is het gewoon inpluggen en dan moet
het werken. Als het werkt, zie je dat je nu goed knipperende
verlichting hebt, die feller brandt en mooier op tijd loopt.
Probleem opgelost.
Dan
nu de bonusoptie
De bonus is het alarmlicht. Dit kost je alleen maar een schakelaar
en/of een paar diodes extra. Voor de knutselaars onder ons
is er nog iets leuks bij te maken. Omdat het knipperrelais
veel meer kan hebben, kun je zonder probleem een alarmlichtschakelaar
erbij maken. Hoe moet je dat dan doen? Zelfs een aanhanger
erop aansluiten is geen probleem. Dus voor degenen met een
trekhaak op de motorfiets kan het een uitkomst zijn. Het relais
moet van nature al in een auto zijn werk doen, dus dan zal
het op een motorfiets ook zeer zeker gaan.
De grijze draad wordt doorverbonden naar een extra schakelaar.
Die schakelaar verbindt dan de draden oranje en lichtblauw
met elkaar. Deze draden zijn onder het zadel terug te vinden
naar de achterknipperlichten (geldt voor alle types, je maakt
gebruik van de draden naar de achterknipperlichten). Als je
dan de extra schakelaar omhaalt, werkt het als alarmlicht.
Nu is er één probleem. Het is een verbinding
nà de schakelaar, dus als je de schakelaar weer uitzet
blijf je die verbinding houden. Neem daarom een dubbelpolige
schakelaar, zodat je oranje en lichtblauw wel weer loskoppelt
van elkaar.

Schema met een dubbelpolige schakelaar.
Deze is moeilijk te krijgen in de handel als zijnde een drukknop
met een lampje. Vandaar de optie met diodes of brugcel.
Je
kunt ook twee enkelpolige schakelaars (zie voorgaand schema:
de dubbelpolige schakelaar is eigenlijk een combinatie van
twee enkelpolige schakelaars) naast elkaar nemen. Dan verbind
je de schakelaars aan elkaar op de ingang (met grijze draad).
Op de ene uitgang zet je de oranje draad en op de andere uitgang
de lichtblauwe draad (op punt B en C dus). Op die manier leg
je de verbinding dus vóór de schakelaar. Als
het ware laat je de grijze draad twee schakelaars aanspreken.
Let wel, twee enkelpolige schakelaars zijn samen een dubbelpolige
schakelaar. Dubbelpolige schakelaars zijn echter moeilijk
te vinden, dus ik ben gaan kijken of er een andere oplossing
is. En ook die heb ik gevonden. Ik werk dus nog steeds met
een enkelpolige schakelaar.

Schema met diodes, nu kun je met een enkelpolige schakelaar
te werk gaan.
Je
kunt het ook met diodes/complete brugcel of hulprelais doen.
Ik geef de voorkeur aan twee zware diodes, omdat deze makkelijk
te monteren zijn en op zich zelfstaande werkende elementen
zijn. Ze zijn ook klein en makkelijk in de bedrading te verwerken.
Door diodes te gebruiken maak je van een enkelpolige schakelaar
onbewust een dubbelpolige schakelaar. Hierdoor heb je een
veel grotere keus in schakelaars. De diodes laten maar in
één richting stroom door en zorgen er dus voor
dat er alleen een aanvoer is. De echte fanaten onder ons kunnen
ook een gelijkgerichte brugcel gebruiken en dan maar drie
aansluitingen van de brugcel gebruiken.

Schema met brugcel, eigenlijk 2 diodes maar dan met zijn vieren
in een heel klein kastje.

Links een brugcel, rechts diodes. Je kunt ze zo halen bij
de elektronicazaak. Zeg wel dat er minimaal 6 ampère
door moet. Een brugcel is standaard 10 ampère.
Een
brugcel heeft als voordeel dat deze robuust is en vaak ook
veel hogere stromen aan kan. Ga maar eens experimenteren .Ik
hoop dat dit binnen de club navolging krijgt en dat ik weer
een hoop mensen op ideeën heb gebracht. Als je diodes
neemt, reken dan wel even op een stroomverbruik van grofweg
6 tot 8 ampère. Dus neem diodes die makkelijk 6 ampère
aan kunnen. Een diode van 2 ampère zou het ook kunnen,
maar de grens is gauw bereikt en hij kan dus makkelijk doorbranden.
Je kunt ook een paar diodes parallel zetten en dan kom je
er ook.

Brugcel onder het zadel. Het is het kleine grijze blokje bijna
midden op de foto. Van hieruit ga ik naar de knipperlichtdraden.
Deze zijn tegen het achterspatbord te vinden.
Om
het geheel nog een beetje duidelijk te maken heb ik er nog
een paar foto's bij gedaan.

Het oude knipperlichtrelais. De kleur van de draden is als
volgt: links is groenwit, boven is groen (massa), rechts is
grijs. Je ziet duidelijk dat er normaal twee draden gebruikt
worden. De groene draad is er al en hangt normaal gewoon los.
Het is een massadraad. Als deze niet aanwezig is, dan zelf
aanleggen en goed verbinden op het frame.

Oud knipperrelais met twee en drie aansluitingen. Gooi die
maar weg, want ze zijn erg verouderd. Ach, ze werken nog wel
en het gaat ook nog wel lang goed. Maar eens komt die dag
dat het niet zo lekker meer werkt.

Nieuw type vervangrelais. Deze zijn heel geschikt om zo te
plaatsen. Niet duur en gewoon te koop bij de betere motorzaak.
Maar willen we alarmverlichting op onze motorfiets, dan kun
je deze types beter niet gebruiken. Ze werken verder als vervanging
wel goed.

Even een terugblik op een heel oud Honda-relais. Deze werkt
nog op bimetaal. Het spoeltje is een weerstandsdraad en dat
wordt warm. Hierdoor trekt het bimetaal krom en wordt het
contact gesloten of geopend. Het geheel werkt dus op warmte
en is daarmee storingsgevoelig.

Het meest gebruikte type dat op dit moment in alle CX- en
GL-motorfietsen zit. Dit is dus het type dat met lading en
ontlading werkt. Je ziet het spoeltje met weerstand en condensator
zitten. Het schakelcontact links van het spoeltje. Dit contact
iets verbuigen levert vaak nog even een verlenging van de
levensduur op. Het was een goed systeem, maar de tand des
tijds gaat ook hier opspelen.

Dit is het nieuwe, opengewerkte type dat dus uit een auto
komt. In het midden is de spoel te zien. Eigenlijk is dat
een relais dat 30 ampère aan kan. Daar boven zie je
de elektronica, het is niet meer dan een klokje dat aan of
uit roept. Deze print is kortsluitingvast. Ja ja, ik weet
het, toch is dit best wel weer te slopen, dus het is niet
hufterproof (verwijzend naar mijzelf, want ik heb er al één
in rook op zien gaan. Maar voor de rest zijn dit dus robuuste
relais die een stootje kunnen hebben.) Let wel, dit zit normaal
gesproken in een klein zwart kastje. Dit is dus het relais
waar ik eerder over sprak.

Dit is het nieuwe relais op zijn plek. Let op, ik heb er een
zwarte draad bij gedaan. Dit is dus de extra draad die naar
de alarmlichtschakelaar loopt. Je weet wel, dat is die enkelpolige
schakelaar waar ik het eerder in het verhaal over had. En
vandaar gaat deze via twee diodes naar de kleuren oranje en
lichtblauw. Dat zijn dus de draden naar de achterknipperlichten
toe. De diodes zijn bij mijn Silverwing een brugcel. Het is
het makkelijkst om die componenten onder het zadel te plaatsen.
Dus even snel gezegd, ga met de zwarte draad naar de nieuwe
schakelaar op de kuip. Van hieruit via een brugcel of diode
naar de beide achterknipperlichten. En het zou moeten werken.
Simpel of niet dan.
Mocht
je er niet uit komen, dan kun je mij altijd nog bellen of
e-mailen. Maar ik raad je aan om een stoel te pakken en gewoon
eens bij je motorfiets te gaan zitten kijken en na te denken.
Lees dan dit verhaal een paar keer door en haal het een en
ander los op je eigen motorfiets. Wie weet gaat het knipperlicht
dan wel branden...
|